laatste wijziging: 01-11-2017

615 Kant: categorieën

De zintuigen leveren ons aanschouwingen die geordend zijn volgens de a priori vormen ruimte en tijd. Maar: deze aanschouwingen zijn nog geen kennis. We krijgen via onze zintuigen bijvoorbeeld een stroom van prikkels binnen, die bijvoorbeeld een kleurvlek  vormen. Hoe is het dan mogelijk dat we van zo’n ding een object als “een appel” maken? De appel die ik in tijd en ruimte zie, heeft het karakter van een voorwerp. Ze bevindt zich tegenover mij als een zelfstandigheid, een “zijn-op-zich-zelf”.  (Ding an sich) Met andere woorden: ik zie de appel als een substantie. Hoe valt dat te verklaren? Omdat Locke het denken als een leeg blad begrijpt, kan hij het samen voorkomen van bepaalde waarnemingen slechts verklaren door een ongekende drager van die eigenschappen te veronderstellen. Kant daarentegen stelt dat het verstand niet leeg is, maar over begrippen beschikt die het op de waarnemingen toepast. De tafel is dus geen substantie, omdat dat verband in de werkelijkheid ligt, maar omdat het denken zelf dat verband legt. Dat het verstand actief werkzaam is in de opbouw van wat ons in de waarneming omringt, blijkt uit het feit dat die verbanden altijd reeds in onze ervaring aanwezig zijn. De principes waarmee wij bepaalde gestalten, vormen en relaties ordenen, noemt Kant categorieën ‘,  a priori verstandsbegrippen. Daar zijn er twaalf van, verdeeld over vier types:

kwantiteit eenheid veelheid alheid
kwaliteit realiteit negatie beperking
relatie inherentie causaliteit gemeenschap
modaliteit mogelijkheid bestaan noodzakelijkheid

(BRON: Immanuel Kant: Kritiek van de zuivere rede.  blz 168 Veenbaas & Visser 2004)

Op basis van de tafel van oordelen komt Kant tot de tafel van de categorieën: deze tafel van 12 begrippen zijn algemene principes voor het denken van voorwerpen. Dat proces loopt als volgt: in onze oordelen is er steeds een verschillende verbinding van voorstellingen of begrippen gedacht. Die verbinding is tevens en verbinding van veelheid die in onze voorstelling vervat zit. Wanner we nu die verbinding zuiver denken, d.w.z. zonder enige verwijzing naar de empirische inhoud, dan behouden we niets anders dan een zuiver begrip van een soort van synthese. Een dergelijke zuivere, eenheidsbrengende functie is het zuivere verstandsbegrip of de ‘categorie’. Dergelijke categorie betrekt de veelheid van de ervaring oordelend op elkaar en brengt aldus eenheid tot stand. De categorieën zijn dus de basisstructuren waarmee het verstand te werk gaat en wel zo dat die basisstructuren a priori zijn. Dat is precies wat het verstand doet: door oordelen eenheid tot stand brengen.

De Tafel van de 12 oordelen:

kwantiteit algemeen

( alle A zijn B)

bijzonder

(sommige A zijn B)

singuliere

(één A is B)

kwaliteit bevestigend

(A is B)

ontkennend

( A is - niet B)

oneindig

( A is - niet B)

relatie categorisch

( A is B )

hypothetisch

( als A dan B )

disjunctief

( A of B )

modaliteit problematisch

( het is mogelijk dat A B is )

assertorisch

( het is inderdaad dat A B is)

apodictisch

( het is noodzakelijk dat A B is )

 

https://books.google.nl/books?id=PFgnTX7JlOsC&pg=PA115&lpg=PA115&dq=kant+categorie+kwantiteit+eenheid&source=bl&ots=pVpI-0SORe&sig=t2OQTggr2CBeeHfNm_2NbmYVM4c&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwjUpM_57rDKAhUFGg4KHaK5BEMQ6AEIMjAE#v=onepage&q=kant%20categorie%20kwantiteit%20eenheid&f=false

http://home.kpn.nl/mok00036/Kant.htm

http://www.filosofietuin.nl/Kennis/kennis.htm

http://www.kabk.nl/docu/Kant.pdf