laatste wijziging: 08-07-2019

724 1913 – 0000 : Fenomenologie

BRONNEN:


De fenomenologie (Oudgrieks: φαινόμενον phainómenon ‘het zichtbare’, ‘verschijning’ en λόγος lógos ‘rede’, ‘leer’) is een filosofische stroming in de hedendaagse filosofie die ontstaan is rond 1900 en die uitgaat van de directe en intuïtieve ervaring van fenomenen (ofwel verschijnselen), en hieruit de essentiële eigenschappen van ervaringen en de essentie van wat men ervaart probeert af te leiden.

Zij gaat dus niet uit van bepaalde vooronderstellingen en is vrij van theorieën die verschijnselen causaal met elkaar in verband wil brengen. Centraal staat de notie van intentionaliteit: het denken of de ervaring is altijd gericht op iets (anders). De fenomenologie stamt uit de School van Brentano (genoemd naar Franz Brentano) en is voornamelijk gebaseerd op het werk van zijn belangrijkste leerling Edmund Husserl.

Ze wordt meestal geplaatst binnen de continentale filosofie. Later werd de fenomenologie verder ontwikkeld door Max Scheler, Adolf Reinach en in de existentiële fenomenologie met onder anderen Martin Heidegger, Maurice Merleau-Ponty en Jean-Paul Sartre. Recentere filosofen, zoals Emmanuel Levinas en Jacques Derrida zijn ook sterk beïnvloed door de fenomenologie, maar hebben er tegelijkertijd ook sterke kritiek op. De inzichten die uit deze stroming voortvloeien rond intentionaliteit, bewustzijn en qualia spelen ook een rol binnen de filosofie van de geest.

Kenmerken

De fenomenologie onderscheidt zich van de vroegere filosofie door twee kenmerken:

  1. Fenomenologische methode: de fenomenologie heeft een eigen methode die als doel heeft het ‘fenomeen’ of datgene wat onmiddellijk gegeven is te beschrijven. Deze methode bestaat uit een reeks door Husserl voorgestelde reducties waar men theoretische aannames en dergelijke tussen haakjes moet zetten. Latere fenomenologen blijven echter niet altijd trouw aan deze reducties.
  2. Filosofie van het wezen: de fenomenologie richt zich niet op kennis of de wereld, maar op het ‘wezen’ (Eidos). Met ‘wezen’ bedoelt men hier de ideële en begrijpbare kern van de verschijnselen die de mens direct kan vatten in zijn waarneming. Elke waarneming houdt immers een inhoud in, namelijk iets dat waargenomen wordt. Zelfs het inbeelden van een eenhoorn bevat nog een ‘ingebeelde eenhoorn’. De fenomenologische waarneming concentreert zich op deze inhoud, het ‘wezen’, van de waarneming en negeert de vraag of dit object echt bestaat.

Daarnaast kan de fenomenologie ook opgedeeld worden in verschillende scholen: