laatste wijziging: 12-08-2020

851 1928 – 0000 Chomsky

Bronnen:

“De geest is absoluut geen schone lei bij de geboorte”

Avram Noam Chomsky is een Amerikaans taalkundige, filosoof, mediacriticus en politiek activist. Chomsky is een van de bekendste denkers van onze tijd, zijn werk speelde een sleutelrol bij de ontwikkeling van de linguïstiek in de twintigste eeuw.

Het is echter belangrijk om te beseffen dat het werk van Chomsky op dit gebied voortkomt uit een zeer uitgesproken en zeker niet oncontroversieel filosofisch standpunt met een lange geschiedenis. Zijn linguïstische werk is gebaseerd op een rationalistische theorie over de geest waarin, anders dan in de empirische traditie die met Locke begon – en die vóór Chomsky dominant was -, wordt gesteld dat de geest absoluut geen schone lei of tabula rasa is bij de geboorte, maar onderworpen is aan beperkingen door bepaalde aangeboren structuren.

De kern van Chomsky’s taalkunde is zijn hypothese van een universele universele grammatica, een aangeboren taal die eigen is aan de mens en de taalovereenkomsten verklaart. Zijn inzichten stimuleren de cognitie wetenschappen en zijn de doodsteek voor de behavioristische taalkunde. ‘De mens heeft een wil en hoeft zich niet te schikken’, aldus Chomsky.

Een belangrijk argument voor deze opvatting is wat wel het “productiviteitsargument” wordt genoemd. Experimentele psychologen weten hoe snel de grammaticale kennis zich bij kinderen van 2 tot 3 jaar oud ontwikkelt, veel sneller dan mogelijk lijkt op grond van de beperkte hoeveelheid taal waaraan ze blootgesteld worden. Het lijkt dus aannemelijk dat kinderen met een voorsprong beginnen. Die voorsprong is dat ze de grammaticale regels niet hoeven te leren, want die zitten al in de geest; blootstelling aan taal zet het proces alleen maar in gang, waarna het kind zijn linguïstische vaardigheden met grote snelheid ontwikkelt.

Deze hardware is net als andere cognitieve capaciteiten een aspect van de menselijke natuur. Volgens Chomsky heeft dat ook politieke implicaties. We zijn niet de schone lei van het empirisme of de onbeperkt vrije mens van het existentialisme, onze natuur voorkomt dat we door extreme krachten onderworpen worden en bepaalt dat we slechts een beperkt aantal politieke structuren tolereren.

Totalitaire politieke structuren als in 1984 van Orwell of Brave New World van Huxley kunnen onze geest onmogelijk volledig vormen. Onze gedachten zijn niet, zoals de behavioristen in de psychologie eerder dachten, enkel een geconditioneerde respons op herhaalde stimuli. Het concept van “vrij denken” zit evenzeer als hardware in ons verankerd als de beperkingen die ons taalvermogen vormgeven.


"Kleurloze groene ideeën slapen woedend."

Deze zin betekent helemaal niets. Je zou er haast gek van kunnen worden. Toch herken je er heel veel in en daardoor lijkt het in eerste instantie een goede zin. En dat is het hele idee dat Chomsky probeerde te bewijzen. De grammatica klopt en er staan allemaal woorden in die je moeiteloos herkent. Maar als je de zin een andere volgorde zou geven, lijkt er echt niets meer van te kloppen:

"Woedend slapen ideeën groen kleurloos."

Zelfs als je nooit grammatica les hebt gehad, weet je wanneer zo’n zin wel of niet klopt.


Chomsky is even bekend om zijn politieke geschriften als om zijn werk in de linguïstiek. Hij staat voortdurend kritisch tegenover de Amerikaanse buitenlandse politiek. Hij is nog altijd voorstander van radicale sociale verandering in de VS.