laatste wijziging: 29-07-2025
H6 Over zekerheid
Bladzijde 137 tot en met 155
Hoofdstuk 6. Over twijfelen – over zekerheid
- 137 In Wittgensteins laatste werk Ober Gewissheit zoekt hij de absolute zekerheid niet meer zoals in de Tractatus in de platonische wereld van de logica en de wiskunde, maar op aarde.
- 137 Hij schreef het in de tijd tussen de diagnose dat hij kanker had en zijn sterf bed.
- 137 Voor Wittgenstein is zekerheid nauw gerelateerd aan twijfel:
- twijfel is wat ons eraan herinnert dat we geen echte zekerheid hebben.
- 137 We hadden al gezien dat twijfel en weten sterk met elkaar verbonden zijn.
- 137 Zekerheid is even aards als twijfel en vindt haar uiteindelijke grond niet in eeuwige waarheden, maar in ons dagelijks doen en laten.
- 137 zoals we zo vaak in filosofie worstelen we met misleidende beelden over de zaak die we bestuderen
.
6-1 Geloof
- 138 Geloof wordt in dit hoofdstuk niet in de religieuze zin gebruikt, maar alleen in de zin van een veronderstelling: een niet heel zekere stelling, nauw verbonden met twijfel.
- “Ik geloof dat ik je broer wel zou herkennen�
- “Ik geloof dat mijn verlosser leeft�
.
6-2 Weten
- 139 Filosofisch gezien is weten heel belangrijk, omdat een filosoof graag met zekerheid iets groots over de wereld wil vertellen.
- Het is daarvoor belangrijk te weten wanneer er geen sprake is van weten, maar van twijfel of geloof.
- 139 Een mogelijk beeld van wat we weten is dat van een archief van onze geest.
- Naast De afdeling vol met “weten” Bestaan er ook afdelingen met gissingen en vermoedens, twijfels, fouten en vergissingen en blunders.
- Op de afdeling van het weten is men trots, al ligt er vaak weinig en is er veel (filosofische) discussie over wat er mag liggen.
- 139 Een mogelijk beeld van wat we weten is dat van een archief van onze geest.
- 139 OZ 7
- 139 OZ 467
- 139 Wittgenstein zou hiertegenover stellen dat wat je zeker weet niet in je ziel zit (denken), maar blijkt uit wat je doet. (handelen)
- 139 Het is ook te makkelijk om te denken dat als er geen twijfel is, er sprake is van weten.
- 140 We zien “Ik weet” Â
- te zeer als de beschrijving van een toestand Â
- die de inhoud van de bewering als waar garandeert, Â
- waarbij we vergeten dat er ruimte moet zijn voor Â
- ” ik dacht dat ik het wist“Â
- waarbij we vergeten dat er ruimte moet zijn voor Â
- die de inhoud van de bewering als waar garandeert, Â
- te zeer als de beschrijving van een toestand Â
- En weer moeten we ons herinneren dat weten niet bestaat zonder de mogelijkheid van twijfel en vergissing.
- Er bestaat niet zoiets als het ultieme zekere, iets wat je volstrekt zeker kunt weten: daarvoor moet je je buiten het leven plaatsen.
- Wat wij weten, vermoeden, ontdekken, verwerpen of betwijfelen heeft altijd zijn plaats binnen een systeem van handelen.
- Dit systeem is niet het resultaat van onderzoek,
- maar een wereldbeeld dat we geërfd hebben van onze omgeving.
- 141 Sommige onderdelen van dit beeld zijn makkelijker aan te passen dan andere, meestal omdat ze niet zo stevig verankerd liggen in je weten, niet zo verbonden zijn met andere overtuigingen.
- “�Oldenbarneveldt werd in 1621 onthoofd�
- De manier waarop we dingen zeker denken te weten heeft niet veel te maken met eigen ervaringen en onderzoek, maar meer met het feit dat je nooit anders gehoord hebt.
- Je wereldbeeld, het systeem van kennis dat je hebt, is niet het uitgangspunt, maar het ‘levenselement van argumenten’.
- 141 OZ 94: ## Maar mijn wereldbeeld
- 141 OZ 103 ##
- 142 OZ 104 ##
Hoe weten we iets zeker?
- 143 OZ 105 ##
- 143 OZ 115 ##
.
6-3 Twijfelen
- 144 Twijfelen, zoals al gezegd, is dus alleen mogelijk tegen de achtergrond van zekerheid en het wegen van argumenten.
- 145 OZ 341 ##
- 145 OZ 342 ## blz
- 145 OZ 343 ##
- 145 OZ 344 ##
- 145 Maar ook de procedures van wegen moeten geijkt worden, en wanneer vind je ze goed genoeg?
- 145 OZ 572 ##
- 145 OZ 574 ##
- 145 OZ 576 ##
- Je komt nooit aan bij iets zekerder dan ons handelen en de fysische eigenschappen van de wereld om ons heen.
- Maar als je altijd aan de weegprocedures op zichzelf gaat twijfelen, dan wordt het begrip ‘wegen’ betekenisloos.
- Ergens moet de twijfel losgelaten worden, om niet te vervallen in eindeloze onzekerheid.
- Volgens Wittgenstein moeten we ook hier binnen hetzelfde taalspel blijven, en niet overstappen van soort twijfel.
- Van het twijfelen aan de nauwkeurigheid van een horloge moeten we niet overstappen naar het twijfelen of de torenklok die we ter controle raadplegen, überhaupt
- [[ 13 ]] wel bestaat.
- Volgens Wittgenstein is het noodzakelijk dat we veel voor lief nemen, en dus niet betwijfelen.
- Bij elk taalspel horen bepaalde zekerheden, niet omdat ze zeker zijn, maar omdat ze fundamenteel zijn voor het wereldbeeld van het taalspel.
- De zekerheid die dit krijgt is niet op basis van iets overstijgend, maar enkel en alleen uit de dagelijkse praktijk van het taalspel.
.
6-4 Een meter lang
- 147 Een goed voorbeeld is de zekerheid van de afmetingen van een meter.
- 147 Er is nergens een echte meter, dit is afgesproken en de meter ligt opgeslagen in Parijs.

- 147 Dus als iets precies even lang is kunnen we met zekerheid zeggen dat het een meter is.
- 149 Er is geen grotere zekerheid, geen einde aan het ijken van de fundamentele zekerheden van een taalspel.
- 149 Uiteindelijk is er geen reden voor, het is enkel gedrag.
- 149 De fundamentele zekerheden van een taalspel zijn altijd met elkaar verbonden, en staan nooit op zichzelf.
- 149 We zien namelijk ook nooit iets helemaal in zijn geheel, en kunnen nooit volledige zekerheid krijgen vanuit de observatie van een deel.
OZ 276 ##
- 149 Ook hier gaat het weer om de overlap tussen wat we echt weten, en wat we aannemen.
- 150 Het punt van Wittgenstein is dat we niets zeker kunnen weten, maar dat we het toch doen omdat we het nodig hebben in ons dagelijks handelen.
- 150 De enige reden dat we kunnen leven op aarde is omdat we min of meer eenvormigheid van omstandigheden ervaren.
- 150 We kunnen generalisaties doen en daarop vertrouwen.
- 150 Dit is niet een waarschijnlijkheid die we afleiden uit de ervaring, nee, dit is wat we zijn.
- 150 OZ 356 ##
- 150 OZ 357 ##
- 150 OZ 358 ##
- 150 OZ 359 ##
- 150 OZ 344 ##
- 150 De uitspraak ‘ik weet’ drukt een gerustgestelde zekerheid uit, een bepaalde manier van leven.
- 151 Twijfel, daarentegen, is iets heel specifieks.
- Goede twijfel,
- volgens Wittgenstein,
- is iets dat door iets reëels in gang gezet wordt,
- en slechte twijfel is losgeslagen.
- 151 Je moet altijd twijfelen om bepaalde redenen.
- 152 De betekenis van iets leren is niet hetzelfde als leren twijfelen: je leert niet dat een boek bestaat maar je leert het gebruiken. Pas later komen er misschien gerelateerde twijfels.
- Goede twijfel,
.
6-5 Religieuze twijfel
- 153 In de Filosofische Onderzoekingen speelt religieuze twijfel geen rol, omdat hij daarover het standpunt uit de Tractatus nog overeind houdt:
- 153 Er zijn ofwel ware maar lege (logisch beweringen, ofwel ware, inhoudsvolle, toevallige beweringen. Beweringen over God zouden tot beide categorieën moeten behoren, omdat ze inhoudsvol zijn maar ook logische zekerheid zouden moet hebben.
- 154 Elke bewering over god zou mogelijkheid moeten openhouden dat het tegenovergestelde waar zou zijn geweest, iets dat niet bij god past.
- 154 We kunnen dus volgens Wittgenstein niets over god weten, of betwijfelen.
- 155 Persoonlijk gebruikte Wittgenstein dit beeld van een onkenbare en onbenaderbare god niet, maar schreef hij in 1944: “Geloof nou maar! Het kan geen kwaad”.